Terug naar overzicht

Ondernemersverhaal: “Denk goed na over externe financiers”

Pieter heeft voor twee van zijn ondernemingen een flinke financiële bijdrage nodig en krijgt in beide gevallen een kapitaalinjectie van internationaal gerenommeerde financieringsmaatschappijen. Mooi, zou je denken, maar Pieter leert al snel de keerzijde hiervan kennen. ‘Op de eerste plaats was ik het grootste deel van mijn tijd plotseling kwijt aan het ontwikkelen en onderhouden van de relaties met mijn externe investeerders. Ik moest naar diners, managementrapporten maken en naar introducties die de financiers regelden met de andere partijen in hun portefeuille. Ik moest plotsklaps voor mij als ondernemer onbegrijpelijke vragen beantwoorden in plaats van dat ik bezig was met klanten.’

‘Ik realiseerde me in het begin helemaal niet hoe dit soort financieringsmaatschappijen te werk gaan. Ze denken niet vanuit hun klanten, maar vanuit hun portefeuille. Mijn contactpersoon bij de financier had een portefeuille met 12 tot 15 ondernemingen. Daar stak hij kapitaal in. Maar elke miljoen die hij investeert, moet binnen drie tot vijf jaar wel vijf of tien keer over de kop. Dat is nogal wat. Dat vergt een hele andere manier van werken en denken. Je moet buitengewoon agressief de markt in. Maar je managementcapaciteit wordt volledig opgeslokt door een investeerder die het vijf- of tienvoudige wil krijgen van wat hij in je bedrijf heeft gestoken.’

‘Lukt het je niet om de investering te vertienvoudigen, dan wordt je simpelweg afgeschreven. Waar je als ondernemer in mindere tijden de handen uit de mouwen steekt, doet zo’n externe partij het tegenovergestelde. Toen het minder ging, waren we ineens niet meer interessant. We kregen geen enkele ondersteuning meer. Ik merkte plotseling dat ik mijn eigen plan niet meer kon trekken, maar dat ik onderdeel was geworden van de plannen van iemand anders. Het voelde niet langer alsof ik voor mezelf aan het werken was, ook al had de financier maar een minderheidsbelang. Ik had mijn ziel aan hen verkocht, waarmee ik min of meer geen ondernemer meer was.’

‘Ondanks deze ervaringen zou ik weer met externe financiers in zee gaan als ik daarmee mijn droom kan realiseren. Maar ik zou de zaken wel heel anders aanpakken. Je moet zorgen dat je een grotere rol blijft spelen, dat moet je ook eisen. Zorg dat je afhankelijkheid niet te groot wordt. Ik had mij de eerste keer bijvoorbeeld voor vijf jaar verbonden aan de joint venture. Daarmee had ik, zonder dat ik het doorhad, mijn macht opgegeven. Je kunt beter een opzegtermijn afspreken van bijvoorbeeld drie maanden, zodat je als ondernemer alle kanten op kunt en waardoor de financier waarschijnlijk veel voorzichtiger met je zal omgaan. Leg verder de strategie goed vast en blijf daarop koersen. Maak tot slot goede afspraken over de condities die aan de financiering zijn verbonden, over hoe vaak en op welke manier je zult rapporteren en besteed vooral geen tijd aan kansloze introducties. Durf nee te zeggen en blijf ondernemer.’